Een kort overzicht van het sjiitische geloof.

Door: Abdellah ibn Mohammed
Voorwoord: Sheikh Abdelaziz ibn Abdellah ibn Baz
Vertaler: Abou Abdellah (Kantoor voor da’wa Rabwah (Riyadh)), 2012 – 1433

 

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

                                                                                                 

Voorwoord

Van sheikh Abdelaziz ibn Baz naar zijn gelauwerde broeder, moge Allah hem doen slagen.

Assalaam; 

Ik verwijs naar uw brief van 10-02-1418 H i.v.m. je boek ”De Sjiieten “. Nadat ik het gelezen heb, vond ik het een uitstekend en belangerijk boek. Het is geschikt voor verspreiding in het Koninkrijk Saudi-Arabië en de Golfstaten. Moge Allah het profijtelijk maken en uw inspanningen zegenen.

Assalaam

Moefti van Saoedi-Arabië en voorzitter van het comité van de grote geleerden en tevens voorzitter van de Administratie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Wettelijke Regelingen.

 

Inleiding

Alle lof zij Allah en vrede zij de Profeet (sws), zijn familieleden en metgezellen.

De drijfveer die mij ertoe beweegt dit boek te schrijven is de verspreiding van het sjiisme in de islamitische wereld. De afgelopen jaren heeft het veel gevaar met zich meegebracht en moslims zijn zich daar niet altijd van bewust. Het gevaar schuilt immers in hun geloofsleer. Het bevat elementen van ongeloof, laster aan het adres van de Koran, het beledigen van de metgezellen van de profeet (sws) en het overdrijven in de status en functie die zij hun imams toekennen.

Vandaar mijn besluit om dit boek te schrijven. Om het dubieuze omtrent hun geloofsleer op een beknopte wijze te onthullen. Net zoals onze Sheikh Abdullah ibn Jibrin Al Abdarrahmane in zijn boek “Ata’liqatoe ‘ala matn Loem’atoe Ali’tiqaad” ons voordeed. Ook heb ik de gereputeerde naslagwerken van de Rafida zelf geraadpleegd en haalde ik mijn inspiratie deels uit de boeken van onze geleerden die de sjiieten in hun perverse geloofsleer weerlegden. Die geloofsleer is gebaseerd op ongeloof, overdrijving, leugens, belediging, smaad, laster en minachting.

Ik probeerde in dit bescheiden boekje de sjiieten te bekritiseren op basis van hun erkende naslagwerken. Sheikh Ibrahim ibn Suleimane Aljabhane zei ooit:

“Op basis van je woorden beoordeel ik je, o sjiiet

Tot slot vraag ik de Almachtige en Glorieuze Heer dat Hij dit boek profijtvol maakt. Allah zegt: {Voorwaar, daarin is zeker een vermaning voor wie verstand heeft of wie luistert terwijl hij een getuige is}.

Ik dank iedereen die heeft bijgedragen om dit boekje tot stand te brengen en ik vraag Allah dat Hij hen hiervoor beloond, Allah is Alwetend. Moge Allah’s zegeningen en vrede met de beste onder Zijn gezanten en de laatste der profeten zijn, Mohammed! Allah’s zegeningen en vrede zij met hem, zijn familieleden en metgezellen.

De tekst bevat veel voetnoten en verwijzingen, dit is niet om de tekst vervelend te maken om lezen, maar omdat het heel belangrijk is te verwijzen naar bronnen. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat de sjiieten soms zodanig absurde en afschuwelijke zaken beweren dat veel moslims dat moeilijk kunnen geloven. En als wij verwijzen naar- en citeren uit hun eigen bronnen, kan men dat allemaal ook zelf verifiëren en nalezen.

De auteur,
Abdallah ibn Mohammed.

 

Wanneer verscheen de sekte de ”Rafida“?

De sekte rafida was geboren door het optreden van de jood Abdullah ibn Saba.

Hij stelde zich als moslim voor en beweerde dat hij de familie van de profeet (sws) lief had. Hij toonde een overmatige sympathie voor Ali ibn Abi Talib en claimde dat hij (i.e. Ali ibn Abi Talib) het verdient als om eerste in aanmerking te komen om kalief te worden. Daarna kende hij hen een goddelijke rang toe. Deze feiten worden door sjiitische bronnen erkend.

Al Qomy erkent in zijn boek “Amaqalat wa alfiraq[1] het bestaan van Abdallah ibn Saba en hij wordt beschouwd als de eerste die het leiderschap en de terugkeer van Ali ibn Abi Talib claimde. Ook de minachtte en beledigde hij Abou Bakr, Omar, Othman en de andere metgezellen.

Deze feiten zijn ook erkend in het boek Firaq Ashi’ah”[2] van An-nubakhty, zoals deze ook erkend zijn door Al-Kachy in zijn boek ”Rijaal Al-Kachy”[3].

Onder de hedendaagse sjiieten zijn er die het bestaan van Abdellah ibn Saba erkennen. Namelijk Mohammed Ali Al Moealim in zijn boek ”Abdellah ibn Saba, Alhaqiqato Almajhoelat[4] (de onbekende werkelijkheid). Als bekentenis telt dat wel want de bovenvermelde personen behoren tot de belangrijkste geleerden van het sjiisme.

Albagdadi zei: ”De sabiyyah zijn de aanhangers van Abdellah ibn Saba, deze laatste toonde een overdreven devotie aan Ali en verhief hem tot een profetische statut en zei zelfs dat hij Allah was!”

Albagdadi zei ook: ”Ibn Assawda (i.e.Ibn Saba) was van joodse afkomst, van de stam van Hayrah. Hij deed zich als moslim voor en streefde naar het leiderschap onder het volk van Kofa. Hij beweerde te hebben gelezen in de Thora dat elke profeet (sws) een erfgenaam had en dat Ali de erfgenaam van de profeet (sws) Mohammed was.”

Al Shahrastani vermeld dat ibn Saba de eerste was die het leiderschap van Ali schriftelijk bekend maakte en dat de Sabiyyah de eerst sekte is die de leer van het neutralisme, het onwaarneembaar en de terugkeer[5] invoerden in de islam. Vervolgens erfden de sjiieten, ondanks hun verschillen en onderlinge verdeeldheid in hun ideologie, het leiderschap van Ali, zowel schriftelijk als mondeling. En deze ideologie is een van de meerdere delicten en schendingen op naam van ibn Saba, dat leidde tot een verdeling van tientallen groepen binnen het sjiisme. Nu heeft elk hun ideeën en standpunten, daardoor introduceerden de sjiieten deze ketterij, i.e. het neutralisme, de terugkeer en de overdreven verering van Ali en het hem toekennen van een goddelijke status, conform de ideologie van ibn Saba.[6]

 

Waarom wordt het sjiisme “Arrafida” genoemd?

Deze naam werd vermeld door hun sheikh Al Majlisy in zijn boek ”Bihaar Alanwaar”, in het hoofdstuk ”De verdienste van rawafid en de lofrede van deze benaming”. Over Suleiman Al A‘mech leverde hij het volgende over: ”Ik bezocht Abu Ja’far Abdallah ibn Mohammad en vertelde hem dat de mensen ons rawafid noemen, wie zijn die rawafid. Hij zei: ”Bij Allah het zijn niet de mensen die ons zo noemen, maar Allah noemde ons zo in de Thora en het Evangelie d.m.v. het woord van Mozes en Jezus.[7]

Het is ook vemeld dat ze rawafid werden genoemd, omdat ze van Zayd ibn Ali ibn Al Hussein eisten om Abou Bakr en Omar te verloochenen opdat zij hem zullen volgen. Hij antwoordde: Zij zijn de metgezellen van mijn grootvader en ik blijf trouw aan hen.” Vervolgens zeiden ze: ”Indien het zo is aanvaarden wij je niet” hierdoor werden ze rawafid genoemd en degene die Zayd ibn Ali ibn Al Hussein volgen werden ‘Zaydiyah’ genoemd. Er werd ook vermeld dat ze rawafid werden genoemd omdat ze Abou bakr en Omar verwierpen, ook word vermeld omdat ze de religie verwierpen.

 

In Hoeveel groepen zijn de Sjiieten verdeeld?

In het boek ”Da-iratoe alma’arif”[8] lees je dat het aantal sjiitische groepen onderverdeeld zijn in meer dan de drieënzeventig islamitische bekende groepen[9].“

Zelfs al-Baqir Mir Damad[10] een sjiitische sheikh beweert dat alle groepen die benoemd in de hadieth zijn, sjiitische groepen zijn. En de enige die gered zal worden onder deze groepen is die van de ‘Imamiya’.

Al Maqrizi verklaard dat ze in driehonderd groepen zijn onderverdeeld[11].

Shahrastany draagt over: ” Dat Arrafida uit vijf groepen bestaan:

  • Al-Kisaniya
  • Al-Zaydiya,
  • Al-Imamiya,
  • Al-Ghaliya
  • Al-isma’iliya.[12]

Al-Baghdâdi beweert dat: “Arrafida na het tijdperk van Ali uit vier groepen bestaan:

  • Zaydiya,
  • Imamiya,
  • Kisaniya,
  • en Ghulat”[13]

 

Het standpunt van rawafid ten opzichte van ‘‘Albada’’

‘Albada’ heeft als betekenis het verschijnen van iets nadat het verdoezeld werd, of een nieuwe mening over iets of een regeneratie. Op grond van de vermelde betekenis van ‘Albada’ is het ibndend een staat van onwetendheid te hebben voor een staat van kennis en dit alles is onmogelijk toe te wijzen aan Allah. Maar de rawafid wijzen dat toe aan Allah.

Er wordt overgedragen dat Ryân ibn Al Soult zei: “Ik heb Rida horen zeggen: ”Allah zond geen profeet (sws) of hij schreef hem voor wijn te verbieden en ‘Albada’ te bevestigen aan Hem (i.e. Allah)[14]. Abou Abdellah deelde mee: ”Allah werd aanbeden door niets beter dan ‘Albada’[15].”

Verheven is Hij hoog boven wat ze Hem toekennen.

Ziedaar, mijn broeders in de Islam. Dit is hoe ze Allah als een zuiver onwetende beschrijven en Hij is het die over zichzelf het volgend zei:

{Zeg: “Niemand in de hemelen en op aarde kent het onzienlijke, behalve Allah. En zij weten niet wanneer zij zullen worden opgewekt} (Annaml:65).

Maar de rawafid geloven dat hun imams alles weten en dat hen niets ontgaat. Is dit de geloofsleer van de Islam waarmee onze profeet (sws) Mohammed gezonden werd?

 

De geloofsleer van rawafid t.o.v. de goddelijke eigenschappen

De rawafid waren de eerste die Allah vergeleken met de schepselen (m.a.w. het antropomorfisme).

Ibn Taymiyyah[16] zei dat: Hisham ibn Al Hakem, Hichem Salam ibn al Jawaliqi, Abderrahman Ibn Al Yunes Qomi en Abu Ja’far Al Ahwal[17] verantwoordelijk zijn voor deze afschuwelijke ketterij (het antropomorfisme).

Al de bovenvermelde namen maken deel uit van de twaalf grote geestelijke sjiitische leiders. Vervolgens werden ze ‘Jahmiyya’, ofte, ‘zij die de goddelijke eigenschappen ontkennen’, zoals in hun geschriften vermeld staat. Sterker nog, zij ontkennen een aantal van Allah’s eigenschappen.

Ibn Abouyeh leverde meer dan zeventig versies waarin het volgende vermeld staat: Dat Allah niet kan beschreven worden als tijd locatie, kwaliteit, beweging of verplaatsing. En alle eigenschappen die een betrekking hebben op het lichaam. Hij is niet tastbaar, fysiek. Ook niet uit te beelden[18]. En dat is de methodiek van hun meesters, namelijk het ontkennen van de goddelijke eigenschappen die geschreven staan in de Koran en Sunnah.

Zij loochenen tevens de neerdaling van Allah en ze beweren dat de Koran geschapen is. Ook ontkennen ze het feit dat we Allah in het hiernamaals kunnen aanschouwen. In het boek “Bihar Alanwar” lees je: We vroegen Abu Abdullah Al Sadeq Jaafar: ”Is onze Heer aanschouwbaar op de Dag der Opstanding? “Hij antwoordde: “Verheven is Allah boven wat zij beweren, de ogen kunnen slechts waarnemen wat bestaat uit kleur en vorm en Allah is degene die kleur en vorm heeft geschapen.

Bovendien claimen ze dat diegene die Allah eigenschappen toekent zoals de aanschouwing van Allah in het hiernamaals, een afvallige is zoals hun geestelijke leider Ja’far Anoga’i meld in het boek “Kachf Al’ita”[19].

Nochtans staat de aanschouwing van Allah in het hiernamaals vermeld in de Koran en de soenna zonder dat we weten hoe het zal gebeuren. Allah verklaart in de Koran:

{Op die Dag zullen sommige gezichten verlicht zijn, Opziende naar hun Heer}

(Alqiyama, 22-23).

En wat de soenna betreft, Jarir ibn Abdullah Al Bajali leverd over: ”We zaten met de profeet (sws) en hij staarde naar de volle maan, waarop hij zei: Jullie zullen uw Heer zien zonder aarzeling zoals jullie deze maan zien zonder verdringing.[20] Over dit onderwerp bestaan talrijke verzen en Hadith, maar aangezien de bescheiden omvang van het boekje is het moeilijk ze allemaal op te sommen[21].

 

De geloofsleer van rafidah t.o.v. de edele Koran

Arrafida die we vandaag sjiieten noem, beweren dat de Koran zoals we die nu lezen, niet de Koran is die werd geopenbaard aan Mohammed. Integendeel beweren zij, de Koran die we kennen is een vervalste versie. De meerderheid van de traditionele sjiieten geloven in de manipulatie van de Koran zoals Annori Atabarsy vermeld in zijn boek “Het beslissende woord aangaande vervalsing van het Boek van de Meester der werelden”[22].

Mohammed ibn Yaqoeb Al Kolayni zegt in zijn boek “Osoel Alkafi” hoofdstuk: ‘De Koran is verzameld in zijn geheel door de imams’: gemeld dat Jabir zei: “Alleen een leugenaar beweert dat de Koran in zijn geheel is verzameld zoals het werd geopenbaard, en niemand heeft hem (de Koran) verzameld en uit het hoofd geleerd zoals het werd geopenbaard, uitgezonderd Ali ibn Abi Talib en de imams na hem”[23].

Jabir meldde dat Abu Jafar heeft gezegd: ”Niemand kan claimen dat hij de gehele Koran in bezit heeft met zijn duidelijke en verborgen tekst behalve testamentaire erfgenamen”[24].

Hichem Abou Abdellah ibn Salim rapporteerde dat: ”de Koran die Gabriel aan Mohammed bracht bestaat uit zeventigduizend verzen”. Dit betekent dat de Koran bij de rafidah meer verzen bevat dan de Koran die we vandaag de dag kennen[25], desondanks Allah drie keer beloofd dat Hij de Koran behoed en verder zal behoeden.

Ahmed Al Tabarsi stelt in zijn boek ”Alihtijaj”: Dat Omar, Zeid ibn tabith het volgende zei: “Ali beschikt over de Koran, waarin de schandalen van de Mekkaanse migranten (Muhaajirun) en de Helpers (Ansar) zijn vermeld, dus stel ik voor een nieuwe Koran te publiceren opdat we hun schandalen kunnen verwijderen. Zeid ibn tabith respondeerde het voorstel van Omar maar zei: “Wat als Ali de Koran die hij heeft publiekelijk gemaakt heeft, nadat ik de Koran heb veranderd, dat betekent dat al onze daden waardeloos geworden zijn” Omar zei daarna: Wat stel je voor? Zeid antwoordde vervolgens: ”U bent beter dan mij in het bedenken van listen.” Hij (Omar) zei aansluitend: ”De enige oplossing is Ali uitschakelen zodat we van hem afzijn” Nadien bereid hij de moord van Ali via Khalid ibn Walid voor, maar zijn plan viel in duigen. Toen Omar de Khalif van de moslims is geworden, vroeg hij aan Ali om hem de Koran te overhandigen zodat hij hem kon verdraaien en vervalsen. Omar zegt: “O Abou Alhasan (Ali), kun je mij de Koran overhandigen die je Abou Bakr ging overdragen, opdat we hem als de enige originele en authentieke Koran kunnen beschouwen? Ali antwoordde: “Het is onmogelijk en er is wat dat betreft geen discussie mogelijk, Ik legde het slechts voor aan Abou Bakr als bewijs tegen hem zodanig dat hij Dag der Opstanding geen voorwendsel geeft teneinde het volgende te zeggen {…zodat gij op de Dag der Opstanding niet zoude zeggen: “Wij waren ons hiervan zeker niet bewust.}  (Ala’raaf:172) of {…U bent niet tot ons gekomen…} (Ala’raaf:129), en deze Koran wordt alleen aangeraakt door zuiveren en de gemandateerde erfgenamen, vervolgens zei Omar: “Is het tijdstip van de uitgave bekend” Ali antwoordde: “Als er een onder mijn kinderen verschijnen, dan zal hij het onthullen en mensen uitnodigen om het als leiding te achten.”[26]

Hoezeer ook de sjiieten zich distantiëren van het boek van Annori Attabarsi,  handelend naar hun fameuze fundament namelijk ‘Attaqiya’ maar het boek omvat honderdtal versies uit de naslagwerken van hun geleerden die aantonen dat ze overtuigd zijn van de falsificatie van de Koran, maar ze hebben liever dat hun geloofsleer wat de Koran betreft geheim blijft, daarom zwijgen er over als een graf.

Vermeldenswaardig is ook dat ze (de sjiieten) geloven in twee versies van de Koran: een befaamde versie en een geheime versie en laatst vernoemde bevat een soera meer namelijk Alwilâya. Ze beweren ook dat de volgende verzen zijn achtergehouden namelijk: { en we hebben Ali als uw schoonzoon uitverkoren} uit soera 94 en zij zijn niet beschaamd over dergelijke beweringen, hoewel ze weten dat deze soera Mekkaanse[27] is en Ali was destijds nog geen schoonzoon van de Profeet (sws).

 

De rafida en de metgezellen van de Profeet (sws).

De leer van de sjiieten is gebaseerd op de belediging, smaad en takfir van de metgezellen, Alkuleini leverde over in zijn boek “Foro’ Alkafi” dat Ja’far zei: ”Alle mensen waren na de dood van de profeet (sws) afvallig, uitgezonderd Almiqdad ibn Al aswad, Aboue dar Algifari en Salmane Alfarisi.”[28]

Almajlisi schreef in zijn boek “Bihar Alnwaar” dat de lijfeigene van Ali ibn Al Hussein zei: “Ik was met hem tijdens een van zijn retraites en ik vroeg hem, vertel mij eens over Abou Bakr en Omar, hij antwoordde: “Zij zijn alle twee ongelovig en wie ze lief heeft is ook een ongelovige.” En Abou Hamza vertel op zijn beurt dat hij Ali ibn Alhoesein vroeg over Abou Bakr en Omar waarop hij antwoordde: “Beide zijn ongelovigen en wie van hen houd is ook een ongelovige.” [29]

En in de tafsier van de Koran van Alqomi leverde hij het volgend commentaar over het vers: {… en verbiedt de onbetamelijkheid en het verwerpelijke en de opstandigheid…} hij zei: “de onbetamelijkheid is Abou Bakr, het verwerpelijke Omar en de opstandigheid Othman.”[30]

In het boek “Bihar Alnwaar” lezen we: “De tradities die het ongeloof van Abou Bakr en Omar en zijn bondgenoten aanduiden en de beloning van degenen die hen vloeken en afstand nemen van hen en hun innovaties zijn zo talrijk dat ze in dit boek of meerdere boeken moeilijk opgesomd kunnen worden, maar wat we hier hebben benoemd is voldoende voor degenen die Allah op het rechte pad wil leiden.”[31] En ook lezen we in zijn boek versies die overleveren dat Abou Bakr, Omar, Othman en Moe’awijah zich nu bevinden in doodkisten van vuur.[32]

In hun boek “Miftaah Aljinane” geschreven door Al Marachy lezen we het volgende: “Heer zegen Mohammed en zijn familie en vervloek de afgodendienaren van Quraish, hun twee magiërs en tirannen en hun twee dochters etc.” Ze bedoelen daar mee Abou Bakr, Omar en Hafsa en Aisha – Moge Allah tevreden zijn met hen![33]

Almajlisi vermeld in zijn verhandeling “Al’aqidah”: ”één van de fundamenteel belangrijkste elementen waarop de religie van de Imamiyah is gebaseerd is het tijdelijk huwelijk (al-muta) en de pelgrimstocht genaamd en de distantiëring van de drie peronen Abou Bakr, Omar en Uthman en ook Moe’awijah, Yazid ibn Moe’awijah en al degenen die zich verzetten tegen de emir van de gelovigen (Ali).[34]

Op de dag van Ashura (10e dag van de eerste lunaire maand) brengen de sjiieten een hond genaamd Omar en slaan hem met stokken en stenigen hem tot de dood, daarna brengen ze een lam genaamd Aisha ze ontwollen haar en slaan haar met schoenen, eveneens vieren ze de verjaardag van de dood van Omar ibn Alkhattab Alfaruq en ze geven zijn moordenaar namelijk Abou Lou-lou[35] een bijnaam immers Abou Chocha’ Adine (Vader van de moedigen der religie). [36]

Zie en constateer beste moslims, hoe hatelijk en bedrieglijk deze afwijkende sekte is. En neem kennis van wat ze zeggen over de beste mensen na de profeten en over diegenen die Allah en zijn profeet (sws) heeft geprezen. Onze gemeenschap is unaniem over hun gerechtigheid en deugdzaamheid. En de geschiedenis getuigt en bevestigd hun verdiensten en hun vurige hartstochtelijke inzet en verdediging van islam.

 

De overeenstemming tussen Joden en rafidah.

 

De geleerde Ibn Taymiyya zei: ”Het bewijs dat de narigheid van de rafidah vergelijkbaar is met dat van de joden is het volgende: de joden zeggen dat het koninkrijk slechts tot de afstammelingen van David behoort, de rafidah nemen dezelfde redenering over en zeggen dat de Imamah slechts geschikt is voor de nakomelingen van Ali.

De joden zeggen: ”Dat er geen strijd in de weg van Allah (jihad) plaatsvindt tot de verschijning van de Antichrist en de daling van het zwaard en de rafidah op hun beurt zeggen dat er geen strijd in de weg van Allah (jihad) plaatsvind tot de verschijning van Mehdi en oproeper die oproept vanuit de hemel.

De joden stellen hun gebeden uit totdat de sterren duidelijk en zichtbaar zijn, tevens de rafidah zij stellen hun avondgebed (almagrib) uit totdat de sterren duidelijk en zichtbaar zijn terwijl een profetische hadieth benadrukt: ” Mijn gemeenschap verkeerd zich steeds in een natuurlijk staat ( rechte pad) zolang ze het avondgebed (almagrib) niet uitstellen tot de verschijning van de sterren.”[37]

De joden hebben de Thora vervalst en de rafidah hebben de Koran vervalst

De joden vegen niet over sokken tijdens een rituele wassing en de rafidah ook niet.

De joden verafschuwen de engel Jibreel (Gabriël) en zeggen dat hij hun vijand onder engelen is, de rafidah zeggen dat Jibreel een fout heeft gemaakt bij de openbaring aan de profeet (sws) Mohammed.[38]

Net zoals de christenen stellen de rawafid geen bruidsschat voor hun vrouwen, ze maken gebruik van zogenaamd tijdelijk huwelijk of mut’a en legitimeren het.

 

De Joden en de Christenen zijn beter dan de rawafidh op twee punten namelijk: Wanneer u de Joden vraagt: ”wie zijn de meest vooraanstaande onder jullie? Antwoorden zij: “de metgezellen van Mozes” en wanneer je dezelfde vraag aan de Christenen stelt zeggen zij: “De metgezellen van Jezus.” en wanneer je de rawafid vraagt wie de slechtste onder onze gemeenschap zeggen ze: ”de metgezellen van Mohammed”.[39]

 

Sheikh Abdullah Al Jamaly, in zijn boek ”badhl almadjhud fi muschâbahat arrâfida bilyahud” : ”Een van de overeenkomsten tussen de Rafida en de Joden is, dat ze iedereen die geen deel uitmaakt van hun geloof als een apostaat of ongelovige beschouwen en achtten zijn eigendom wettig voor hen en zijn bloed mag vergoten worden.

 

Hij (Sheikh Abdullah Al Jamaly) zei ook: ”Joden verdelen mensen in twee categorieën immers: Joden en de analfabeten (m.a.w. al degene die geen jood is) en ze geloven ook dat zij de enige gelovigen zijn terwijl alle andere ongelovigen en afgodendienaars zijn die Almachtige God niet kennen. In de Talmoed staat dat alle mensen uitgezonderd de joden afgodendienaars zijn, bovendien is de leer van rabbijnen parallel met dat geloof. Zelfs de Messias (Jezus) ontsnapt niet aan hun ketterij, hij wordt beticht met het ongeloof en dat hij geen kennis heeft over god.

 

Even de rawafid, zij geloven ook dat zij de enige gelovigen zijn terwijl alle andere moslims afvalligen zijn…

 

De reden waarom ze de andere moslims als afvalligen beschouwen, is namelijk omwille van het feit dat zij de loyaliteit niet erkennen. Dat berust op grond van hun geloofsleer en wordt als zuil aanzien. Bijgevolg wordt iedereen die deze zuil niet nakomt en niet toepast als een afvallige geacht, net zoals iemand die zijn twee geloofsbelijdenissen (alshahadatain) en het gebed nalaat. Sterker nog, de loyaliteit volgens hun leer is belangrijker en heeft voorrang boven alle zuilen en pijlers van de Islam.

 

Albarqi leverd over dat Abdallah zei: “Niemand behalve wij en onze groep zijn trouw aan de traditie van Ibrahim” in tafsier Alqomy door Abou Abdellah: ”Wij zijn de enige moslims en de anderen zullen hun lot kennen op de dag der Opstanding.”[40]

 

De geloofsleer van de rawâfidh t.o.v. de Imams.

 

 

De rawafid beweren dat hun imams onfeilbaar zijn en dat zij het onwaarneembare kennen.

 

Alkuleini zei in zijn boek “Osool Alkafi”: “Imam Ja’far Assadiq zei:” Wij zijn de beheerders van Allahs kennis, wij zijn de tolken van Allahs geboden, wij zijn onfeilbaar en ons ongehoorzaam zijn is uit den boze, en wij zij het welsprekend bewijs van Allah voor degenen onder de hemel en boven de aarde.”[41]

 

En hij (Alkuleini) benadrukt tevens in zijn boek “Osool Alkafi” hoodstuk: ”Als de imams iets willen weten zullen ze het weten.’’ Ja’far zei op zijn beurt: “Als de imam iets wil weten zal hij het weten, en de imams kennen hun sterfdag maar zij sterven wanneer zij het zelf willen.”[42]

 

Alkhomeini schreef in zijn boek “Tahrir alwasila”: “Tot de imam behoort een eervolle plaats een hoge rang en een creatief kalifaat. Tot zijn heerschappij en dominantie onderwerpt zich ieder levend wezen.” Hij zei ook: “Wij (de twaalf imams) hebben met Allah eigenschappen die door niemand kan bereikt worden noch een nabije engel en noch een gestuurde profeet (sws).” [43]

 

De overdrijving van de rawafid ging zelfs zo ver dat zij geloven dat de imams superieur zijn aan alle profeten uitgezonderd Mohammed Almajlisi benadrukt in zijn boek “Mirate Al’qole”: “Ze zijn beter en edeler dan alle profeten behalve Mohammed”

 

Maar hun overdrijving stopt hier niet bij, ze beweren dat de imams de houders van de creatie zijn. Alkawi schrijft in zijn boek “Noor Alfaqaha”: ”Natuurlijk is er geen twijfel over hun soevereiniteit boven de gehele schepping zoals het is overgeleverd in de verhalen, aangezien zij de bemiddelaars van de schepping zijn, kortom zij zijn de oorzaak van de schepping, want dankzij hun bestaan existeren de mensen. Zij zijn geschapen voor hen en hun bestaan is dankzij hen, zij zijn de tussenpersonen door middel van een annexatie. Zij hebben het vermogen om alles te creëren buiten de schepper. En deze loyaliteit is vergelijkbaar met die van Allah, de Verhevene over de schepping. “[44]

 

Moge Allah ons beschermen van deze buitensporigheid en deze afwijking!!! Hoe kunnen ze een bemiddelaar zijn voor de existentie? En hoe kunnen zij de reden zijn van het bestaan van de wezens en dat zij (de wezens) omwille van de imams zijn geschapen en Allah benadrukt in de Koran {En ik heb de djinn en de mensen slechts geschapen om te dienen} 51 v. 56. Moge Allah ons beschermen tegen dergelijke afwijkende geloofsleren die ver zijn afgedwaald van de Koran en de zuivere soenna.

 

Ibn Taymiyah zei: “De rawafid beweren dat de religie voorbehouden is aan schriftgeleerden en monniken en dat zij beslissen wat verboden is en wat niet verboden is en zij bepalen wat de religie inhoud.” [45]

 

Beste lezer als u het echte ongeloof, shirk en overdrijving wil zien, lees de volgende gedichten die hun sheikh Ibrahim Al’mily heeft geschreven over Ali ibn Abi Talib:

 

Abou Alhassan  jij bent de echte god

 

En de titel van zijn meest nobele almacht

Je bezit de kennis van het onwaarneembaare

Zelf het kleinste onstnapt je niet

Je leidt het schepsel

Tot jou behoren de sublieme oceanen

Tot jou behoort de orde en als je wil kun je morgen leven

En als je wilt neem je bij het voorhoofd.

 

En een andere auteur genaamd Ali ibn Suleimane schreef het volgende over Ali ibn Abi Talib:

 

Abou Alhassan, echtgenoot van de kuise

De goddelijke zijkant en de ziel van de Boodschapper

Je bent de volle maan en de volmaakte zon

De koning van de goden en je bent de koning

De profeet (sws) nodigde je uit op de dag van Kadir

En hij benoemde u tot het bevel Ghadir

Want je bent de leider van de gelovigen

En de band van zijn loyaliteit ibndt u

Tot jou convergeren alle dingen

Jij bent degen die weet wat er zich in de innerlijk ziel houd

Jij doet degene in de graven herleven

En de opstanding word je toevertrouwd

Je bent de Alhorende, de Alziende

En je bent tot alles in staat

…………………………………… ( en nog veel meer)

Zijn dat gedichten die een moslim kan uitspreken? Bij Allah, de pre-islamitische Arabieren hebben niet eens aan een zodanig toegewijde shirk, ongeloof en overdrijving als de sjiieten gezondigd.

 

De geloofsleer van de herleving dat rafidah belijden.

 

De rafidah hebben een innovatie van de herleving ingevoerd. Almufid zei: ”De imamiyah zijn het unamiem eens dat een groot aantal doden weer tot herleving zullen gebracht worden”[46] en met de herleving wordt de laatste imam bedoeld en hij wordt ”Alqa-im” genaamd aan het einde van de tijd. Hij zal uit een crypte verschijnen en alle politieke tegenstanders vermoorden en vervolgens zal hij de sjiieten hun rechten teruggeven die door de anderen worden beroofd door de geschiedenis heen.[47]

 

Assayid Almurtada zegt in zijn boek “Almasa-il Annasiria”: “Dat Abou Bakr en Omar op die dag, het moment van de Mehdi (de twaalfde imam) genaamd opstaander van de familie van Mohammed gekruisigd zullen worden aan een boom, en die boom zal verdorren na dat hij zacht was.”[48]

 

Almajlisi zegt in zijn boek “Haqo Aljaqine” over Mohammed Albaqar: ”Als de Mehdi verschijnt, zal hij Aisha tot leven brengen en vervolgens zal hij haar executeren.”[49]

 

Later ontwikkelde en vorderde het begrip ”herleving” bij de rawafid, ze geloven in de herleving en terugkeer van alle sjiieten en hun imams en hun tegenstanders, deze afwijkende geloofsleer onthult hun verborgen haat in hun zielen die door middel van dergelijk bijgeloof wordt uitgedrukt, de Sabiyyah gebruiken dit geloof om het hiernamaals te ontkennen.

 

In feite is de bedoeling van het zogenaamd geloof “de herleving” wraak nemen tegen de vijanden van de sjiieten, maar de vraag is: Wie zijn de vijanden van de sjiieten? De overlevering die volgt beste broeders, toont de haat van de rafidah tegen de soenieten aan, en hun loyaliteit aan de joden en christenen. Lees beste broeders en oordeel zelf.:

 

Almajlisi zegt in zijn boek “Bihar Alanwaar”: ”Abou Basir leverde over dat Abou Abdallah heeft gezegd:” O Abou Mohammed, het lijkt mij alsof ik de neerdaling van “Alqa-im” zie in de moskee Sahla met zijn echtgenoten en zijn kinderen. Daarna zei ik: “Wat zal er dan gebeuren met de mensen van andere religies? Hij antwoordde: ”Hij zal hen behandelen zoals de profeet (sws) hen behandelde en zij zullen de djizja (een soort belansting om bescherming te genieten) betalen uit nederigheid.” “Vervolgens zei ik: “En degenen die vijandig waren tegenover u.” Hij antwoordde: ”Neen o Abou Mohammed, zij zullen geen plaats krijgen tussen ons, want Allah heeft ons hun bloed toegestaan bij de verschijning van de “Alqa-im”, vandaag zijn ze voor ons verboden, dus laat jullie niet misleiden en als “Alqa-im” verschijnt dan zal hij wraak nemen voor Allah en zijn profeet (sws) en voor ons allen.”[50]

 

Zie, beste broeders, hoe de Mehdi van de sjiieten bescherming verleent aan de joden en christenen en in tegenstelling hoe hij de soennieten bestrijd. Het is mogelijk dat iemand zegt: ”Dat de bedreiging bestemd is aan degenen die de familie van de profeet (sws) haten en de soennieten haten de familie van de profeet (sws) niet, dus vallen zij niet onder de bedreiging. Namelijk dat hun bloed wettig wordt verklaard door sjiitische Mehdi. Het antwoord is als volgt: Veel van de sjiitische overleveringen tonen aan dat ze met Annasibah (vijanden van de familie van de profeet (sws} de soennieten bedoelen. Voor meer informatie over dit onderwerp, zie het boek “Almahasine Annafsijah” door Hussein Al’osfoor Addarazi Albahrani en het boek “Ashihaab Athaqib fi bajani ma’na Annasib” door Yoessoef Albahrani.

 

De geloofsleer van de “Taqijah” bij de rafawid.

 

Taqijah wordt gedefinieerd door een van hun hedendaagse geleerden als: “Iets doen of zeggen tegengestelde van wat je geloofd en dit allemaal om je ziel en je eigendom te beschermen of je waardigheid te behouden.” [51]

 

Zij, (de sjiieten) beweren dat zelf de profeet (sws) deze taqijah heeft toegepast toen Abdellah ibn Saloel overleed en hij. Bij zijn graf zou hij zijn gaan bidden en Omar hem zei :”Heeft Allah u dat niet verboden (bidden bij het graf van Abdellah ibn Saloel) ?” daarop antwoordde profeet (sws): ” Wee, je weet eens niet wat ik zei, ik zei: ”O Allah vul zijn ibnnenste met vuur en zijn graf en zijn bodem met vuur!!”[52]

 

 

Zie beste broeders, hoe ze leugens toeschrijven aan de Profeet (sws). Hoe is het mogelijk dat de metgezellen Allah vergeving voor Abdellah ibn Saloel vragen terwijl de profeet (sws) hem vervloekt.

Alkuleini vermeld in zijn boek “Osool Alkafi” dat: “Abou Abdellah zei: “O Abou Omar negen/tiende van de religie is taqiyya en degene die geen taqiyya toepast heeft geen religie. Echter taqiyya wordt overal in onze religie gebruikt uitgezonderd het consumeren van wijn en vegen over de sokken tijdens de kleine wassing (ablutie), eveneens leverde Alkuleini over dat Abou Abdellah zei: “Bescherm uw religie door taqiyya te benutten, want wie de taqiyya niet benut, heeft geen geloof (Imaan).”[53]

De rafidah gingen zelfs zover dat het toegestaan is door middel van taqiyya om te zweren bij iemand of iets anders dan Allah.

Alhur Al’alami vermeld in zijn boek “Was-il Ashi’a” dat ibn Bokeir overleverde dat Zorara overleverde dat Abou Ja’far het volgende zei: ”Ik zei tegen hem: ”Wij worden verzocht door mensen over ons eigendommen, waarna ze een eed vereisen dat we de zakat van ons eigendommen hebben betaald.”

Daarop antwoordde hij (Abou Ja’far): ”O Zorara, als je bang bent zweer bij wie ze willen.” Sama’ta leverde over dat Abou Abdellah zei: “Het is niet kwalijk als een persoon eed aflegd in geval van dwang en noodzaak terwijl hij taqiyya toepast.”[54]

De rafidah beschouwen taqiyya als een plicht en een pijler van hun geloof. Ze leren de regels zowel in het geheim als openlijk en ze gebruiken de regels en passen ze toe in hun dagelijks leven en in het bijzonder in moeilijk situaties. Dus beste moslim wees op je hoede t.o.v. de rafidah.

 

Wat is de klei dat rafidah beschouwen als een pijler van hun geloof?

De klei of ‘‘tinna’’ is een steen uit het graf van Alhussein.

Een van hun geleerden genaamd Mohammed Ano’mane Alhariti beter bekend als “sheikh Almufid” zegt in zijn boek “Almazar’’: ”De klei van Husseins graf is een remedie tegen elke ziekte en het is het beste geneesmiddel.” Abdellah zei: ”Besmeer uw kinderen met de klei van Husayn.” Hij (Mohammed Ano’mane Alhariti) schreef ook: ”Er werd naar Abi Alhassan Arrida een kledingstuk gestuurd uit Khorasan met daarin wat klei, waarna de drager van het kledingstuk wordt gevraagd wat de klei in het kledingstuk inhoud. Hij antwoordde: “Klei van Husseins graf, hij draagt geen kleding zonder dat hij van de klei toevoegt, vervolgens zegt hij: ”het is een garantie inshallah. ”Er werd gezegd dat een man Assadiq vroeg over de inname van klei uit husseins graf, waarop Assadiq antwoordde: ”Als je de klei inneemt zeg dan het volgende: “O Allah, ik vraag je vanwege het recht van de engel die hem (klei) heeft gevat, en vanwege de profeet (sws) die hem heeft gespaard en vanwege de mandaat dat werd opgenomen om de profeet (sws) en zijn familie te zegenen om van de klei een geneesmiddel te maken en verzekering tegen alle angst en bescherming tegen alle kwaad.”

 

Abou Abdellah werd gevraagd over het gebruik van de twee soorten klei van Hamza en Husseins graven en welk van hen beter is, hij zei: ”De rozenkrans die gecreëerd is uit de klei van Husseins graf is verheerlijkt in de hand van een ander zonder dat die andere verheerlijkt is.”[55]

 

De Rafida beweren eveneens dat zij geschapen zijn vanuit een bijzondere klei en de soennieten van een andere soort klei daarna werden ze vermengd door een of andere wijze, en alle slechte kwaliteiten die een sjiiet bevat zijn oorspronkelijk van de soennitische klei en integendeel zijn hun goede kwaliteiten oorspronkelijk van sjiitische klei en op de dag van de opstanding worden de zonden van de sjiieten aan de soennieten toegeschreven en in tegendeel worden hun goede daden aan de sjiieten toegeschreven.[56]

 

Geloofsleer van de rawafid t.o.v. de soennieten.

 

Het geloof van de rawafid omvat tevens de legitimiteit om de rijkdom van de soennieten te roven en het vergieten van hun bloed. Assaduq leverde over in zijn boek ”Al’ilal” met een ketting verbonden met Dawood ibn Ferqad dat hij het volgende zei: ”Ik vertelde Abou Abdellah wat is je mening over de Nawasib (de soennieten)? Hij antwoordde: “Hun bloed is legaal opdat je je kunt beschermen, als je de kans krijgt om hem onder een muur te bedelven of hem te verdrinken in de zee opdat hij niet tegen u kan getuigen, twijfel dan geen moment, daarna zei ik: ”Hoe zit het met hun eigendommen?” Hij antwoordde: ”Neem van hun eigendom wat je kunt.”

 

De rawafid geloven dat alleen hun kinderen zuiver zijn zonder dat de anderen over deze hoedanigheid beschikken. Hashim Albahreini vermeld in zijn Tafsir “Alborhane” een overlevering door Yahya ibn Mohammed dat Ja’far ibn Mohammed zei: ”Bij elke geboorte van een kind is de Satan aanwezig als hij, de satan, weet dat de pasgeborene een sjiiet is beschermd hij hem tegen de duivel, maar als hij geen sjiiet is, steekt hij zijn wijsvinger in zijn anus daardoor wordt hij gestigmatiseerd, dientengevolge komen de jongens eerst met hun gezicht ter wereld, en als het een meisje is steekt hij zijn wijsvinger in haar geslachtsdeel zodoende werd ze een perverse en dat maakt dat de pasgeborene heel hard huilt als hij uit de baarmoeder komt.”[57]

 

De Rafida geloven dat alle mensen buitenechtelijke kinderen zijn uitgezonderd de sjiieten.

 

Alkuleini vermeld in zijn boek “Arrawdato min Alkafi” door Abou Hamza dat Abou Ja’far zei: “Ik zei tegen hem, sommige van onze mannen lasteren en beledigen degenen die tegen hen zijn, hij antwoordde: ”Het is beter om het niet te doen en om daarmee op te houden. “Even later zei: “Bij Allah! O Abou Hamza, alle mensen zijn buitenechtelijke kinderen uitgezonderd de sjiieten.”[58]

 

 

De sjiieten geloven bovendien dat de soennieten ongeloviger zijn dan de joden en de christenen, omdat deze (de joden en de christenen) van oorsprong ongelovig zijn terwijl de soennieten afvallig zijn en de moslims zijn unaniem dat afvalligheid erger is dan oorspronkelijk ongelovig, daarom staan de sjiieten de joden en christenen bij in strijd tegen de moslims zoals de geschiedenis daarvan getuige is.[59]

 

In het boek ”Wasa-il Ashi’a” door Alfdail ibn Yasir: ”Ik vroeg Abou Ja’far, mag een sjiitische vrouw met een Nassib (een soenniet) trouwen, hij antwoordde: ”Nee, want die zijn ongelovigen.”[60]

 

De term annawasib heeft een andere betekenis onder de soennieten namelijk diegene die Ali ibn Abi Talib verafschuwen, maar de sjiieten definiëren annawassib als degenen die prioriteit gaven aan Abou Bakr, Omar en Othman. Voor Ali als Khalifah m.a.w. de soennieten, maar het vreemdst aan deze situatie is dat deze prioriteit plaats vond in ten tijde van de profeet (sws). Namelijk dat Abou Bakr, Omar en Othman voorkeur kregen boven Ali, het bewijs hiervan is de uitspraak van ibn Omar, hij zei: “We vroegen de profeet (sws) wie de beste onder zijn metgezellen is, en we verkozen altijd eerst Abou Bakr dan Omar vervolgens Othman” overgeleverd door Albochari.

 

En Attabari voegde aan de hadith zoals vermeld in zijn boek ”Alkabir”: ”en de profeet (sws) was indertijd aanwezig zonder dat hij ons keuze afkeurde.” Ibn Aakir zei tevens: ” We gaven voorkeur aan Abou Bakr, Omar, Othman en Ali (onder de metgezellen van de profeet (sws}. “Ahmed ibn Hanbal en anderen leverde over van Ali ibn Abi Talib dat hij zei: ”De beste mensen van deze Oemah (gemeenschap) na de profeet (sws) zijn Abou Bakr vervolgens Omar en als je wilt, noem ik de derde” Addahabi zegt: ”Deze overlevering is mutawitir (vaak gerelateerd).”[61]

 

de Rafidah en de mut’a (tijdelijk huwelijk) en wat haar verdiensten zijn?

De mut’a of het tijdelijke huwelijk wordt hoog gewaardeerd door de rafida, moge Allah ons beschermen!

In het boek “Minhadj Assadiqine” door Fathallah Alkashani lees je het volgende: ”De mut’a maakt deel uit van ons religie en die van mijn vaders, hij die het uitoefent, oefent onze religie uit. En hij die het ontkent, ontkent onze religie en hij hoort niet tot ons.” Hij zei ook: ”Een kind dat men krijgt van de mut’a is beter dan die van een echtelijk huwelijk, en hij die de mut’ah ontkent, is een afvallige.”[62]

Alqomi schrijft in zijn boek ”Men la Jahdorho Alfaqih” door Abdellah ibn Sinaan dat Abou Abdellah zei: ”Allah verbood alle bedwelmende dranken en hij veranderde dit verbod met de mut’a.”[63]

In tafsier ”Minhaj Assadiqin” van Ellah Fathallah Alkashani: vermeld hij: “De profeet (sws) zei: “Wie eenmaal de mut’a verrichten wordt één derde van zijn lichaam van het vuur gevrijwaard en wie het voor de tweede keer doet wordt twee derde van zijn lichaam van het vuur gevrijwaard en wie het voor de derde keer wordt volledig beschermd van het vuur gevrijwaard.” Hij zei ook in hetzelfde boek: ”Iedereen die ooit eenmaal de mut’a verricht wordt behoed tegen de goddelijke toorn. En ieder die het tweemaal doet wordt opgewekt met de rechtvaardigen en wie het driemaal verricht zal met mij de plaatsen in het paradijs delen.” Hij zei tevens in hetzelfde boek: “De profeet (sws) zei: ”één ieder die éénmaal de mut’a beoefend heeft de rang van Alhussein bereikt en één ieder die het tweemaal beoefend heeft de rang van Alhassan bereikt en één ieder die het drie keer beoefend heeft de rang van Ali ibn Abi Talib bereikt en één die vier keer beoefend heeft mijn rang bereikt.”” [64]

 

De rawafid kent geen beperkte aantal in de mut’a, in de volgende boeken “Foro’ alkafi”, ”Attahdib”en ”Alistibsar” zei Zorara dat Abdellah heeft gezegd: ”Ik vroeg hem over de mut’a of het beperkt is met vier vrouwen.” Hij antwoordde: ”Je kunt zelf met duizend van hen huwen, aangezien ze ingehuurd zijn.” Mohammed ibn Moslim leverde over dat Abou Ja’far het ​​volgende over de mut’ah heeft gezegd: ”Zij maken geen deel uit van de vier (echtgenoten), omdat ze niet ter sprake komen voor een scheiding noch voor het erven, ze zijn echter maar een ingehuurde.”.[65] Hoezo, en Allah zegt in zijn Heilige Boek: {En degenen die hun kuisheid bewaken. Behalve tegenover hun echtgenotes of hun slavinnen, dan worden zij niet verweten, maar degenen die meer dan dat wensen; zij zijn degenen die de overtreders zijn} (23, 5-6-7)

Aldus, zijn deze verzen het bewijs dat alleen een echtgenote en een slavin is toegestaan en alles wat daar buiten valt is verboden, bijgevolg is een ingehuurde geen echtgenote, omdat ze niet kan scheiden noch erven, dus is het een vrouw van lichte zeden, Moge Allah ons beschermen!

 

Sheikh Abdellah ibn Jibrin zei: ”De rawafid beschouwen het vers 24 van soerat Annissa als bewijs voor de mut’a. Het vers: { …en ook verboden zijn: de getrouwde vrouwen, behalve de slavinnen onder jullie gezag. Als een beslissing van Allah voor jullie. Het is voor jullie toegestaan wat daar buiten valt. Opdat jullie naar (hen) streven met jullie bezittingen, op eerbare wijze, niet ontuchtige. En voor wat jullie van hen genieten: geeft hun hun bruidschat, als verplichting. En er is geen zonde in wat jullie overeenkomen na de bepaling (van de bruidschat)… }

 

Het antwoord is als volgt: Al deze verzen gaan over één enkel onderwerp, namelijk het huwelijk. Nadat Allah de verboden huwelijken heeft opgesomd die voorkomen in vers 19-20-21-22-23 zei Hij in vers 24 {….het is voor jullie toegestaan wat daarbuiten valt…}, dit betekent dat alle andere vrouwen geoorloofd zijn, dus als je haar huwt voor het genot (de bedoeling is seksuele gemeenschap) geef hen dan de overeengekomen bruidschat en als zij (de echtgenotes) je een deel van hun bruidschat gunnen, daar rust zeker geen zonde op. Zo werden deze verzen uitgelegd door Sahaba en degenen na hen.[66]

 

Een van de sjitische geleerden namelijk Attossi verteld in zijn boek ”Tahdib Alahkame” dat hij de mut’a afkeurt, hij zei: ”Als de vrouw van adel is, dan is het niet toegestaan, omdat dit feit de familie van de vrouw onteert en voor de minachting van de vrouw zorgt.”[67]

 

De rawafid gaan zelfs zo ver dat ze anale seks toestaan. In het boek ”Alistibsar” lezen we dat Ali ibn alhakam zei: “Ik hoorde Safwane zeggen: ”Ik zei tegen Rida: ”Een van uw onderdanen vroeg mij om u een vraag te stellen omdat hij zich schaamde namelijk: ”Is het toegestaan om anale seks te hebben met zijn vrouw?” Hij antwoordde: “Natuurlijk!””[68]

 

Geloof van de rafidah over Najaf en Karbala, en wat zijn de verdiensten van een bezoek aan deze plaatsen.

 

De rawafid beschouwen de begraafsplaatsen van hun imams als heilige plaatsen. Zo worden Kofa, Karbala en Qom als heilige plaatsen geacht. Assadiq heeft gezegd: “Aan Allah behoord de heilige plaats, namelijk Mekka, aan de profeet (sws) behoort ook een heilige plaats, namelijk Medina, aan Ali ibn Abi Talib behoort ook een heilige plaats namelijk Koefa, en wij, sjiieten, hebben ook een heilige plaats namelijk Qom.

 

Karbala is superieur aan de Ka’ba, in het boek ”Bihar alanware” lezen we dat Abou Abdellah zei: ”Allah openbaarde aan de Ka’ba, indien het de klei van Karbala niet zou zijn, zou je nooit van Mij voorrang krijgen. Indien het niet wat de aarde van Kerbala bevat, zou ik je nooit en het huis waarop ik trots op ben geschapen hebben, dus wees tevreden, bescheiden en nederig en wees niet arrogant ten opzichte van Karbala, zo niet dan zal mijn woede op je neerdalen en geslepen worden naar het vuur.”[69]

 

De rawafid beschouwen een bezoek aan de graftombe van Alhussein in Kerbala beter dan de vijfde zuil van de Islam namelijk de bedevaart naar Mekka (hadj)!

 

Almajlisi vermeld in zijn boek ”Bihar Alanware” dat Bashir Addahane zei: ”Ik zei tegen Abou Abdellah: ”Als ik de hadj mis, kan ik die inhalen door op de dag van ‘Arafat het graf van Hussein te bezoeken. “Hij Antwoordde: “Goed gedaan bashir. Ieder gelovige die het graf van Hussein bezoekt en zijn rechten erkent, afgezien van de dag van Al’eid word hem twintig bedevaarten en twintig ‘omras en twintig slagvelden met de profeet (sws) of een rechtvaardige imam toegeschreven. En één ieder die zijn graf op de dag van ‘Arafat bezoekt en zijn rechten erkent, word hem duizend bedevaarten en duizend ‘omras en duizend slagvelden met de profeet (sws) of een rechtvaardige imam toegeschreven.”

 

In hetzelfde boek lezen we dat bezoekers van Husseins graf zuiver zijn en de pelgrims van Mekka onwettige kinderen (kinderen van overspel) zijn, Moge Allah ons beschermen!

Ali ibn Asbat rapporteerde dat hij hoorde dat Abu Abdullah zei: “Allah kijkt naar de bezoekers van Husseins graf de dag van ‘Arafat. Ik zei: “Voordat hij naar de pelgrims van Mekka kijkt?” Hij antwoordde: “Natuurlijk!” Ik zei daarna: “Hoezo?” Hij antwoordde: “Omdat er onder hen (de pelgrims van Mekka) buitenechtelijke kinderen zijn, terwijl er onder de andere (bezoekers van Husseins graf) geen zijn.[70]

 

Hun referentie, namelijk Ali Al sistany, vermeld in zijn boek ”Minhaj Assalihin” dat hij de gebeden bij graftombes prefereerde boven de gebeden in de moskeeën!! En hij schreef in het antwoord op de vraag 562: ”Het is aangeraden om je gebeden te verrichten bij de graven van de imams, er werd echter gezegd dat deze gebeden immers bij de graven van de imams beter zijn de gebeden in de moskee en dat het gebed bij het mausoleum van Ali ibn Abi Talib gelijk is aan tweeduizend gebeden in de moskee.[71]

 

Een van hun geleerden namelijk ‘Abbas Alkachany overdrijft bij het beschrijven van Karbala zoals niemand anders, hij zei immers in zijn boek ”Masabih Aljinan”: “Er is geen twijfel dat Karbala de heiligste plaats van de Islam is. Volgens vermelde bronnen heeft Karbala bepaalde eigenschappen en verhevenheden die geen andere grond ook bezit. Karbala is dus heilig en gezegend, en Allah’s bijzonder, bescheiden en uitverkoren grond. Ze is heilig veilig zegenend. De heilige plaats van Allah en zijn boodschapper, de koepel van de Islam. Een van de plaatsen waar Allah graag aanbeden en vereerd word. Ze is Allah’s grond die een genezing bevat. Al deze eigenschappen die Karbala over beschikt, kun je of zijn nergens anders te vinden zelfs de Ka’ba niet.”[72]

 

In het boek ”Almazar” van Mohammed No’mane beter bekend als Sheikh Almofid lezen we over de stand van de moskee van Koefa het volgende: “Abou Ja’far Albaqir zei: “Indien de mensen zouden weten wat de verdiensten van de moskee van Koefa zijn, zouden ze van de meest afgelegen plaatsen reizen om ter plaatse te zijn. Echter één verplicht gebed in deze moskee is gelijk aan een bedevaart en een vrijwillig gebed is gelijk aan een ‘omra.”[73]

 

In hetzelfde boek lezen we in het hoodstuk “wat moet men zeggen wanneer men bij het graf komt” namelijk bij het bezoeken van het graf van Alhussein strekt de bezoeker zijn rechter hand uit en hij reciteert een lang gebed waarin de volgende passage: ”Ik ben tot u gekomen als bezoeker, smekend dat je mijn stappen standvastig maakt in mijn emigratie tot u, ik ben er van overtuigend dat Allah middels u ons bezorgdheden bevrijdt en door middels van u de genade doet neerdalen, door u houdt Hij de aarde vast om zijn ineenzakken met haar inwoners te voorkomen en door u versterkt Hij de bergen op hun sokkels. Ik richt mij tot mijn Heer om u als bemiddelaar te achten voor het vervullen van mijn behoeften en voor de vergeving van mijn zonden.”[74]

 

Zie beste lezers, hoe deze mensen shirk plegen door zich te wenden tot anderen dan Allah voor het vervullen van behoeftes en het vergeven van hun zonden. En hoe is dat mogelijk en Allah zegt in het heilige boek: {….en niemand vergeeft de zonden behalve Allah….} al’imrane, 135

 

Wat zijn de verschillen tussen. De Rafidah en de Soennieten?

 

Nidamoddine Mohammed Al’adhami (soennitisch geleerde) schreef in het voorwoord van zijn boek “Achi’a en de mut’a” (sjiieten en het tijdelijke huwelijk): ”Het verschil tussen ons en de sjiieten is niet alleen beperkt tot geschillen in rechtspraken zoals de mut’ah[75], nee hoor, het is veel meer dan deze secundaire divergentie. Onze verschillen met hen zijn fundamentele verschillen, verschillen in geloofsleer die we kort kunnen samenvatten als volgt:

 

  • De rafidah geloven dat de Koran gefalsificeerd en onvolledig is en wij menen het tegendeel, namelijk dat de Koran het woord van Allah is, volledig en ongewijzigd is, en zo zal blijven tot dat Allah de aarde zal erven en wat het bevat (m.a.w. tot de laatste dag). Zoals Allah gezegd heeft: {Voorwaar, Wij zijn het die Vermaning (De Koran) hebben neergezond, en voorwaar, wij zijn daarvoor zeker de Wakers} 15 vers 9

 

 

  • De Rafidah geloven dat alle metgezellen van de profeet (sws) afvalligen zijn geworden uitgezonderd enkelen onder hen. Ze waren oneerlijk, verraders en ontrouw ten opzichte van de Islam. In het bijzonder de eerste drie Kaliefen. Abou Bakr, Omar en Othman. Deze worden door hen als de grootste ongelovigen beschouwd en wij menen het tegendeel, namelijk dat de metgezellen de beste mensen zijn na de profeten en zij waren allemaal betrouwbaar en eerlijk en zij liegen niet over de profeet (sws). En al hun overleveringen zijn betrouwbaar.

 

 

  • De rafidah geloven dat de twaalf imams onfeilbaar zijn en dat ze het onwaarneembare en alle kennis dat werd gegeven aan de engelen en de profeten kennen. En ze kennen het verleden en de toekomst en spreken alle talen vloeiend en dat de hele aarde tot hen behoort. Wij beweren het integendeel. Wij menen dat ze eenvoudige mensen zijn net als ieder ander, zonder enig onderscheid. Onder hen waren fiqh-geleerden, wetenschappers en kaliefen. Vervolgens wijzen wij hen niets toe wat zijzelf niet erkennen, integendeel zij (de de twaalf imams) verbieden het ( alles wat de sjiieten aan hen toekennen) en zij distantiëren zich van hen.[76]

 

De rafidah en de dag van ‘Ashura en de voordelen en verdiensten van die dag.

 

De rafida organiseren op de dag van ‘Ashura een rouwfeest met klaagzangen, Ze demonstreren in openbare plaatsen en gaan de straten op met zwarte rouwkledij ter herninnering aan het martelaarschap van Alhussein. Deze gebeurtenissen vinden plaats in de eerste tien dagen van de maand moharram (eerst maand van de islamitische kalender). Ze gaan ervan uit dat deze handelingen een van de meest vrome handelingen zijn. Zij slaan hun gezichten, borsten en ruggen met hun handen en verscheuren hun kledij en huilen en roepen: O Hussein! O Hussein! en slaan zichzelf met kettingen en zwaarden, vooral de tiende dag van elke maand moharram zoals het wordt waargenomen in landen waar de rafida overheersen. Zoals in Iran.

 

Hun geleerden moedigen deze handelingen aan, daardoor zijn zij een aanfluiting en een spot geworden van alle naties. We vroegen een van hun religieuze leiders namelijk Mohammed ibn Hassan Al Kachaf Alghita over wat zijn aanhangers verrichten, zoals o.a. het slaan. Hij antwoordde: “Dit maakt deel uit van eerbied ten opzichte van de heilige rituelen van Allah en Hij de meest verhevene zegt {…en wie de gewijde Tekenen van Allah eer bewijst: voorwaar, dat is door het vrezen (van Allah) in de harten} 22 vers 33  [77]

 

Geloof van de Rafidah t.a.v. albei’a (loyale eed)

 

De rafidah geloven dat alle regeringen uitgezonderd de regering van de twaalf imams onwettig zijn, in de boeken ”Alkafi bi sharh Almazandarani” en “Algaiba” van No’mani dat Abou Ja’far zei: “Elke vlag die wordt opgetild voor de vlag van Alqa-im (de sjiietische Mehdi) zijn eigenaar is een tiran.[78]

 

De rafidah geloven dat het niet toegestaan is een heerser die niet is aangesteld door Allah te gehoorzamen uitgezonderd door middel van taqiyya, hetzelfde regel geldt voor elke heerser die geen deel uitmaakt van de twaalf imams of een tiran. Daarmee bedoelen ze de leiders van moslims (met uitsluitend van hun imams) in het bijzonder de drie rechtgeleide kaliefen – moge Allah tevreden met hen zijn – Abou Bakr, Omar en Othman.

 

Almajlisi arrafidi schrijft in zijn boek ”Bihar Alanware” over de drie rechtgeleide kaliefen: “Het waren rovers, onrechtvaardigen en afvalligen. Moge Allah hen vervloeken en degenen die hen volgen, omdat ze de familieleden van de profeet (sws) r onrechtvaardig behandelden.[79]

 

Dit vertelt hun Imam Almajlisi, wiens boek word beschouwd als hun belangrijkste referentie waar we die overlevering over de beste mensen na de profeten lezen.

 

Op basis van hun principe van de islamitische leiders (namelijk dat ze allemaal afvalligen zijn behalve de 12 imams) beschouwen ze iedereen die met hen sympathiseert als een tiran en een onrechtvaardige. Alkuleini meldt dat Omar ibn Handala zei: “Ik vroeg Abou Abdullah over twee van onze metgezellen die naar een rechter stappen omdat er een geschil plaats vond tussen hen; immers een schuldbetaling of erfenis, is dat toegestaan. Hij antwoordde: ”Degenen die hen als rechter aanvaarden (terecht of ten onrecht), is net alsof hij onwettige bezoldiging ontvangt, zelfs al heeft hij gelijk. Omdat het een vonnis is van een tiran.”[80]

 

Alkhomeini in zijn boek ”Alhokoma Alislamiyah” (De islamitische regering) zei: “De imam verbiedt tevens om raad te vragen aan hun heerser en rechters, en beschouwd deze raad als advies vragen aan een tiran.”[81]

 

In het boek “Ataqiyyah fi fiqh ahl albeit” in de negende paragraaf over de taqiyyah in de jihad, en dat is een conclusie van een onderzoek van Ayatollah Alhaj Asheikh Moslim Aldawiri bij hoodstuk: “Hoe opereren bij een tiran” ( met een tiran bedoelen ze de soennitische leiders) zei hij het volgende: “Deelnemen aan het maatschappelijk leven van een heerser, wordt onderverdeeld in drie delen:

  • Je kunt deelnemen met het oog de lasten van de gelovigen (de sjiieten) te verlichten door hun belangen en behoeften te vervullen, deze vorm van deelname is gewenst en duidelijk uit overleveringen die deze vorm van deelname aanmoedigen, zoals reeds vermeld.

 

  • Of u kunt deelnemen om je brood te verdienen en comfort. Deze vorm is toegestaan, maar onwenselijk geacht. Maar als hij zijn broeders goed behandeld en bijstand verleend, zodoende worden zijn zonden vergeven. Het bewijs van het bovenstaande staat vermeld in sommige overleveringen dat deze vorm van deelname toegestaan is met voorwaarde de belangen en behoeften van zijn broeders te vervullen door hun lasten te verlichten.

 

  • Tot slotte kunt u deelnemen omwille van noodzaak en behoefte aan voeding, deze vorm is toegestaan zonder overtreding.[82]

 

.

 

Zie beste broeders hoe ze oordelen over de soennieten en zeggen dat ze tirannen zijn! En hoe ze de operatie met de leiders van soennieten toelaten met voorwaarden o.a. de belangen van sjiieten niet uit het oog te verliezen (zoals eerder vermeld)[83]. Dat is een feit dat door de werkelijkheid wordt waargenomen namelijk dat de rafidah alleen loyaal zijn aan een sjiietische regering en wanneer ze hoge posities bekleden ibnnen verschillende afdelingen bij een soennitische regering proberen ze zoveel mogelijk soennitische ambtenaren te elimineren en in hun plaats zoveel mogelijk sjiieten te rekruteren, teneinde een totale controle over alles te verkrijgen.

 

Is een verzoening tussen soennieten en de sjiieten mogelijk?

 

Het is voldoende beste lezer om een citaat van Dr. Nassir Alqafazi -moge Allah hem bijstaan- uit zijn boek “Masalato Attaqrieb” (Onderwerp van de verzoening) te citeren, namelijk het zevende punt waaronder we het volgende lezen: “Hoe kan een toenadering of een verzoening mogelijk zijn met degenen die de Koran bekritiseren en die het interpreteren naar hun eigen absurde manier en beweren dat goddelijke teksten werden geopenbaard na de Koran aan hun imams en beschouwen hun imams als profeten of zelfs beter. Ze omschrijven de zuivere aanbidding van Allah die de boodschap van alle profeten is, als het gehoorzamen van hun imams. En zij omschrijven shirk als het gehoorzamen van iemand anders dan hun imams. En zij beschuldigen de beste metgezellen van de profeet (sws) van ongeloof. En zij beschouwen de metgezellen van de profeet (sws) allemaal als afvalligen. Uitgezonderd drie, vier of zeven onder hen. Afhankelijk van verschillende overleveringen en ze verschillen van alle moslims door hun geloofsleer o.a. de onfeilbaarheid van hun de imams en het taqiyya en hun geloof in de herleving, ‘Albada’ en het onwaarneembaar.[84]

 

 

 

Wat is het standpunt van de oude en hedendaagse geleerden over de Rafida?

 

Sheikh Ibn Taymiyyah zei: “De geleerden zijn het unaniem eens over het feit dat de Rafidah de grootste leugenaars zijn en hun leugens zijn al lang bekend. Het was hun voornaamste kenmerk en stonden daarmee bekend onder de geleerden.

 

Achab ibn Abdelaziz zei: ”We vroegen Imam Malik wat zijn standpunt is over de Rafida.” Hij antwoordde: “Praat niet met hen en lever niets over van hen, want het zijn leugenaars.” Hij zei ook: “Degenen die de metgezellen van profeet (sws) beledigen heeft geen naam of heeft geen aandeel in de Islam.”

 

Ibn Kathier schrijft over het vers: {Mohammed is de boodschapper van Allah en degenen die met hem zijn, zijn streng tegenover de ongelovigen, maar onderling barmhartig. Jij ziet hen zich neerbuigen en zich neerknielen. Zij zoeken een gunst van Allah en Zijn welgevallen, Hun kenmerken zijn zichtbaar in hun gezichten door de sporen van neerknielen. Dat is hun beschrijving in de Taurat (Tora). En hun beschrijving in de Indjil (evangelie) (is als een jonge plant waarvan de loten ontspruit, waardoor hij sterker wordt. Daarna wordt hij steviger en staat hij recht op zijn wortel. Hij (Allah) wil daarmee de ongelovigen woedend maken….} vers 29 soerat alfath, het volgende: ”Uit dit vers heeft imam Malik het ongeloof van de Rafida die de metgezellen van de profeet (sws) haten afgeleid, Hij (imam Malik) zei: “Omdat ze de metgezellen van de profeet (sws) haten en wie hen haat is een ongelovige, afgaand op bovenvermeld vers.” Alqortubi bevestigd de woorden van imam Malik, hij zei: “Wat Malik zei is gaaf en hij interpreteerde het vers goed. Een ieder die de metgezellen van de profeet (sws) kleineert of bekritiseren is net alsof hij Allah bekritiseerd en de Islamitische wetten nietig heeft verklaard.” [85]

 

Abou Hatim zei: “Harmalah vertelde ons: “Ik hoorde Al Shafi’i zeggen: “Ik heb nog nooit iemand valse getuigenis zien afleggen zoals de rafidah.”

 

Mumil ibn Wahb zei: “Ik hoorde Yazid ibn Harun zeggen: ”Je kunt van ieder aanhanger van een sekte overleveren met voorwaarde dat hij zijn sekte niet verkondigd, uitgezonderd de rafida. En dit omdat zij liegen”

 

Mohammed ibn Sa’eed Alasbahani zei: ”Ik hoorde Sharik zeggen: “Leer van iedereen die je ontmoet behalve de rafida, want zij verzinnen Hadiths en gebruiken die als religieuze principes.” Sharik is Sharik ibn Abdellah de rechter van Koefa. Moe’wiyah zei: “Ik hoorde Ala’mach zeggen: “Ik ontmoette mensen en ze noemden hen leugenaars.” namelijk de aanhangers van Amo’ra ibn Sa’eed arrafida de leugenaars zoals Adahabi hen beschreef [86]

 

De geleerde ibn Taymiyya gaf commentaar op wat de geleerden schreven: “De innovatie van de “rawafid” is gebaseerd op de vrije gedachte, ketterij en atheïsme. Leugens is iets wat vaak voorkomt bij hen en zij erkennen dit zelf: ”Taqiyya is onze religie, dat wil zeggen het tegenovergestelde zeggen van wat je gelooft, dat is juist wat we liegen en hypocrisie noemen. Zij vallen onder de woorden van een dichter die het volgende zei: “Ze gooide mij met haar gif en verdween.”[87] [88]

 

Abdellah ibn Ahmed Hanbal zei: “Ik vroeg mijn vader over de rafida en hij antwoordde: “Degenen die Abou Bakr en Omar beledigen en smaden.” Imam Ahmad ibn Hanbal werd gevraagd over Abou Bakr en Omar en hij zei:”Vraag Allah om genade voor hen en distantieer je van degenen die hen haten”[89]

 

Alkhalal leverde over van Abou Bakr almarwazi het volgende: ”Ik vroeg Abou Abou ‘abidllah over degenen die Abou Bakr, Omar en Aisha beledigen en hij antwoordde: “Ik beschouw ze niet als moslims.”[90]

 

Alkhalal zei ook: “Harb ibn Isma’il Alkarmani zei: “Mousa ibn Ziyad ibn Harun heeft gezegd: “Ik hoorde Alfaryabi, terwijl iemand hem ondervraagde over degenen die Abou Bakr beledigen, hij antwoordde: “Zij zijn ongelovigen” en hij vroeg hem opnieuw: ”Mogen we bidden op hem bij zijn dood?” Hij zei:”Neen”” [91]

 

Ibn Hazm Alandalusi zei over de rafidah, toen hij met de christenen debatteerde en de christenen tegenargumenten uit de boeken van de rafidah haalden: “De rafidah zijn geen moslims en hun uitspraken worden niet geacht als bewijzen in onze religie, het is een sekte die haar begin vijfentwintig jaar na de profeet (sws) kende. Haar (rafida) begin is een gevolg van een antwoord op een smeekbede tegen degenen die Allah vernederde omdat ze de Islam wilden bedriegen. Deze handelwijze is vergelijkbaar met die van de joden en de christenen, namelijk in hun leugens en ongeloof.”[92]

 

Abou Zorara Arrazi zei: “Als je iemand de metgezellen van de profeet (sws) hoort vernederen, weet dan dat hij een ketter is.”

 

Het fatwacomité van Saudi-Arabië antwoorddde op een vraag, die luid als volgt: “Een groep mensen wonen aan het noordelijke grensgebied met Irak dichtbij een buurt waar de aanhangers van de Ja’faria (een sjiietische groep) zich vestigen, onder ons zijn er die van hun vlees eten en anderen weigerden, de vraag is: is hun vlees voor ons geoorloofd, wetende dat we bewust zijn dat ze Ali ibn Abi Talib, Alhassan en Alhussein aanroepen en smeken in geval van welvaart en angst?

 

Het Fatwacomité onder voorzitterschap van sheikh Abdalaziz ibn Baz ,sheikh Abderrazak ‘Afifi, sheikh Abdellah ibn Rodayane en sheikh Abdellah Qo’od, antwoordde: “Alle lof  zij Allah daarna vrede en zegeningen op Zijn profeet (sws) en zijn metgezellen, vervolgens: Indien de situatie zoals door de vraagsteller in werkelijk zo is, namelijk, dat ze Ali ibn Abi Talib ,Alhassan en Alhussein aanroepen en smeken in geval van welvaart en angst. In dit geval zijn ze afvalligen en polytheïst en hun vleesslachting is ons niet toegestaan. Het wordt beschouwd als een kadaver, zelf als ze de naam van Allah hebben genoemd bij de slachting.”[93]

 

Sheikh Abdellah ibn Abderrahmane Aljibrine werd gevraagd en de vraag luid als volgt: “In onze stad bevind zich een sjiietische slager die slacht voor de soennieten en voor een paar restaurants, de vraag is: hoe moeten we met hen omgaan, en wat is het oordeel van zijn vleesslachting, is die halal of haraam?

 

De sheikh antwoordde: Assalaam, vervolgens: “Zijn vleesslachting is haraam en het is ons niet toegestaan om er van te eten, want de rafida zijn meestal polytheïst omdat ze Ali ibn Abi Talib aanroepen en smeken in geval van welvaart en angst, zoals dat het geval is bij ‘Arafat, tawaf en de Sa’j (bij de Ka’ba) en vereren hun kinderen (van Ali ibn Abi Talib) en hun imams, zoals we herhaaldelijk hebben gehoord en dat is wat we grote shirk en afvalligheid noemen en verdienen daardoor de dood.

 

Ze sublimeren de kwaliteiten van Ali en overdrijven bij het omschrijven van zijn eigenschappen die alleen aan Allah toebehoren. Dat hebben we vaak van hen gehoord zoals op de dag van ‘Arafat bv. en dat is de reden waarom ze afvalligen zijn, want ze beschouwen Ali als een god, schepper en bestuurder van het heelal en hij zou het onwaarneembare kennen en hij zorgt voor het goede en het kwade.

 

Ze bekritiseren de Koran en beweren dat de metgezellen het hebben vervalst en elimineerden een groot deel ervan dat betrekking heeft op de familie van de profeet (sws), daarom achten ze de Koran niet als bewijs en leiding.

Ook uiten ze kritiek op de grote metgezellen; zoals de drie kaliefen (Abou Bakr, Omar en Othman).  En de overige tien, de moeders van de gelovigen (vrouwen van de profeet (sws} en de fameuze metgezellen zoals Anas, Jabir en Abou Horaira en ze aanvaarden hun Hadiths niet, omdat ze volgens hen geen moslims zijn. En ze aanvaarden ook geen Hadiths uit Al Bukhari en Muslim uitgezonderd de overleveringen van de familie van de profeet (sws). En ze klampen zich vast aan verzonnen Hadiths die geen bewijs zijn van wat ze beweren. Maar ondanks dit, zijn het huichelaars, door het feit dat ze hun harten niet op hun tongen dragen en hun ware gedachten verbergen en zeggen: “Wie geen taqiyya gebruikt heeft geen geloof”. Bijgevolg kan hun broederschap niet acceptabel zijn, want hypocrisie is hun geloof. Mag Allah ons tegen het kwaad beschermen.”[94]

 

De zogenaamde soerat “Wilayah” (trouw)

 

Een Citaat uit het boek ”Fasl Alchitâb”: O jullie die geloven! Geloof in de twee lichten, die ik heb neergezonden en jullie moeten mijn tekenen voordragen en waarschuwen tegen een vreselijk dag. Twee lichten een is van de andere en ik ben de Alhorende, Alwetende **  En degenen die trouw zijn t.o.v. zijn tekenen en t.o.v. zijn boodschapper loyaal zijn, voor hen zijn tuinen van gelukzaligheid ** En degenen die ongelovig zijn geworden nadat ze gelovig waren omdat ze hun verbonden schonden en wat de boodschapper hen heeft belooft, zij zullen in de hel belanden ** Ze hebben hun ziel onrecht aangedaan en ongehoorzamen onze boodschapper, zij zullen kokend water krijgen als drank ** Voorwaar, Allah is degene die de hemelen en aarde heeft verlicht met wat hij wilde. Hij koos uit de engelen en maakte gelovigen die deel uit maken van Zijn schepping, Allah doet wat Hij wil er is geen aanbidder uitgezonderd Allah, Hij is de meest Barmhartige, de Genadevolle ** Degenen die hen zijn voorgegaan hebben onze boodschapper bedrogen en Wij bestraffen de bedriegers omwille van hun bedrog. Voorwaar mijn aanpak is een harde en pijnlijke aanpak ** Voorwaar Allah vernietigde ‘Ad en Thamoed vanwege hun wandaden, en maakte daardoor een herinnering voor jullie zodanig dat jullie kunnen geloven ** En farao om reden van zijn tirannie t.o.v. Mozes en zijn broer Harun (Aaron) hebben Wij hem doen verdrinken, hij en zijn aanhangers, opdat het een teken wordt maar velen onder jullie zijn ongelovigen ** Voorwaar, Hij zal hen samenbrengen op de dag der opstanding en zij zullen geen antwoord hebben wanneer ze ondervraagd worden ** Waarlijk de hel is haar toevlucht en Allah is Alwetende, de Alwijze ** O boodschapper, verkondig mijn waarschuwing opdat ze het later zouden erkennen ** Degenen die zich van Mijn tekenen en wijsheden afwenden behoren tot de verliezers ** Degene die zich houden aan de verbonden krijgen het Paradijs als beloning, voorwaar, Allah is Vergevensgezind en grootste beloner ** Voorwaar Ali is een rechtvaardige en Wij zullen hem zijn recht geven op de dag der opstanding en Wij zijn niet onwetend over de onrechtvaardigheid dat Ali heeft geleden en We gaven hem voorrang boven alle anderen, voorzeker hij en zijn nakomelingen zijn zeker geduldig en hun vijand is de leider van de misdadigers ** Zeg tot degenen die ongelovig zijn nadat ze gelovig waren, jullie vragen de versieringen des wereldse leven en staan er om te popelen. En jullie vergaten wat Allah en zijn boodschapper jullie beloofde en jullie braken de eden nadat jullie ze bevestigd hebben en Wij geven jullie een vergelijking met jullie zelf, hopelijk zullen jullie de leiding volgen. O boodschapper, we hebben je duidelijk verzen laten neerdalen… ** Verheerlijk de naam van uw Heer en behoor tot degenen die zich ter aarde werpen. En wij stuurden Mozes en Harun (Aaron) met wat ze hebben nagelaten en waren arrogant ten opzichte van Harun (Aaron) ** Het geduld is mooi en Wij veranderden hen als apen en varkens en Wij vervloekten hen tot dag der opstanding, wees geduldig, zij zullen spoedig zien… ** En Wij hebben je als erfgenaam gemaakt opdat ze zullen terugkeren. **[95]

 

Het zogenaamde ‘bord van Fatima’.

 

** Dit is een boek van Allah De Almachtigde, Alwijzend, aan Mohammed zijn profeet (sws), zijn licht, zijn afgevaardigde zijn beschermer zijn bewijs, waarmee de vertrouwelijke ziel neerdaalde van bij de Heer der Werelden ** Vereer O Mohammed Mijn namen en wees Mij dankbaar voor de gunsten die Ik u schonk en loochen mij weldaden niet ** Voorwaar, Ik ben Allah er is geen aanbidder uitgezonderd Mij ** Breker van de tirannen, Vernederaar van de onrechtvaardigen en ik geef je de religie ** Echter Ik ben Allah er is geen aanbidder uitgezonderd Mij ** Degene die anders dan mijn verdiensten hopen en iemand anders buiten mij vrezen, die zal ik een hevige straf doen proeven ** Bijgevolg aanbid Mij en vetrouw Mij ** En Ik delegeerde geen profeet (sws) voor dat zijn dagen zijn verstreken en zijn missie is volbracht zonder dat ik hem zijn erfgenaam heb bepaald ** Ik verkoos u boven alle profeten en verkoos je erfgenaam boven alle erfgenamen en vereer je twee welpen en je kleinzonen Hassan en Hussein ** Ik maakte van Hassan erts van kennis na de dood van zijn vader en Ik benoemde Hussein als behoeder van mijn openbaring en vereerde hem met het martelaarschap en beëindigde zijn leven met vrede, hij is de beste onder de martelaren en hij heeft de hoogste rang van de martelaren bereikt ** Ik gaf hem mijn perfecte woorden en hij bezit over mijn volledige duidelijk bewijs en met zijn nakomelingen beloon en straf ik ** De eerste onder hen is Ali, meester van de dienaren en tooi van de overleden heiligen. Zijn zoon is identiek aan zijn grootvader ** Mohammed Albaqir is mijn kennis en mijn wijsheid, degenen die twijfelen over Ja’far zullen vergaan, hem tegenspreken is mij tegenspreken, dit is een woord van waarheid namelijk dat ik de woning van Ja’far zal vereren en ik zal hem tevreden stellen door zijn metgezellen, helpers en geliefden…[96] [97]

 

De du’a tegen de afgoddienaren van Qoreich[98]

 

In de Naamvan Allah, deBarmhartige, de Genadevolle, Heer, uwzegeningen en Uw vrede met Mohammed enzijn familie

 

O Allah vervloek de twee afgoddienaren, de magiërs, tirannen, leugenaars, en hun twee dochters die Uw bevel ongehoorzaam waren en Uw openbaring en gunsten ontkenden en Uw profeet (sws) ongehoorzaamden en Uw boek falsificeerden en Uw vijand sympathiseerden en Uw wetten verlamden en Uw tekenen ontkennen en gedroegen zich vijandig t.o.v. je vrienden en vernietigden Uw land en beschadigden Uw creatie.

 

Oh Allah vervloekt hen en hun bondgenoten, hun vrienden, leden en zij die van hen houden, want die hebben het huis van de profeet (sws) verwoest en sloten haar deuren en storten haar dak neer en lieten haar hemel met de aarde gelijk maken en hun verhevene met hun naarlingen en hun uiterlijk met hun innerlijk en ontwortelden zijn familie en vernietigden zijn aanhangers en vermoorden zijn kinderen en verwijderden zijn preekstoel van zijn erfgenamen in kennis, de ontkenners van zijn imams, de polytheisten, O Heer vergroot hun zonden en laat hen eeuwig in de hel verblijven en wie doet u weten wat de hel is, het is vernietigend noch sparend.

 

O Heer, vervloek hen zoveel als hun zonden, zoveel als de rechten die ze hebben geloochend, zoveel als de kansels die ze hebben verhoogd, zoveel als ieder gelovige die ze hebben teleurgesteld, zoveel als iedere huichelaar waarmee ze hebben gesympathiseerd, zoveel als iedere vriend die als vijand behandeld wordt, zoveel als ieder verdreven oprechtigen, zoveel als ieder ondersteunden en bijstaande ongelovig, zoveel als iedere onderdrukte imam, zoveel als elk veranderd recht, zoveel als elke ontkende traditie, zoveel als ieder verkozen kwaad, zoveel als elke druppel bloed die ze vergoten hebben, zoveel als elke veranderde goede, zoveel als elke opgelegde ontrouw, zoveel als elke verborgen leugen, zoveel als elk gestolen erfgoed, zoveel als elke in beslag genomen buit, zoveel als elk geconsumeerd onwettig voedsel, zoveel als elke vijfde die ze hebben toegestaan, zoveel als elke gegronde valsheid, zoveel als elke uitgebreide onrechtvaardigheid, zoveel als elke verborgen hypocrisie, zoveel als elk verborgen verraad, zoveel als elke belofte die ze niet vervuld hebben, zoveel als alle verraden betrouwbaarheid…”[99]

 

Nawoord

 

Beste broeders, na alles wat je hebt gelezen, zal je het met mij eens zijn dat degene die deze sekte als religie aanvaard geen moslim kan zijn. Zelfs al beweren ze die te zijn. Vandaar beste moslims wat is uw plicht t.o.v. de rafida, vooral omdat ze onder de moslims leven?

 

Uw plicht is op je hoede te wezen voor de rafida en geen handelingen aan te gaan met hen en de mensen waarschuwen tegen hun afschuwelijke religie die gebaseerd is op vijandschap t.o.v. degenen die geloven dat Allah één is en dat Islam het geloof is en dat Mohammed (sws)  zijn profeet en boodschapper is.

 

 

Sheikh Al-Islam ibn Taymiyyah zei: “Een rafidi gebruikt altijd hypocrisie in zijn omgang met een persoon. Zijn religie is op zich pervers! Het stimuleert leugens, bedrog, corruptie en wrok tegenover de mensen. Wanneer ze in staat zijn en de kans hebben om iemand kwaad te berokkenen, denken ze geen twee keer na (om die uit te voeren). De mensen hebben een afkeer van hen (rafida), zij herkennen ze (de rafida) aan hun gezichten, omdat die de hypocrisie weerspiegelt en door hun bedrieglijk taalgebruik.” [100]

 

De sjiieten verbergen hun vijandschap en hun haat t.o.v. ahl al soenna, moge Allah hen te gronde richten omwille van hun bedrieglijke woorden. Ondanks alles merken we dat veel mensen onder ons misleid worden door de rafida en ze mengen zich met hen en hebben vertrouwen in hen. De oorzaak is dat de mensen zich afkeren van hun religie en onwetend zijn betreffende de religieuze voorschriften, die voorschrijven dat een moslim loyaal moet zijn t.o.v. een unitaire moslim en afstand moet nemen t.o.v. alle ongelovigen en polytheisten.

 

Tenslotte beste broeders nu weten wat ons verantwoordelijkheid is als moslim, moge Allah de Islam laten triomferen en Zijn woord laten domineren en moge Hij de rafida te gronde richten.

 

Moge Allah’s zegeningen en vrede zijn met de beste onder Zijn gezanten en de laatste van de profeten, namelijk, Mohammed (sws), Allah’s zegeningen en vrede zij met zijn familieleden en metgezellen!

 

 

 

Auteur: Abdallah ibn Mohammed.
Moge Allah hem vergeven, tevens zijn ouders en alle moslims. Amien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.islamhouse.com

Islam voor iedereen !

 

[1] ”Amaqalat wa alfiraq”, van alqomi pag. 10-21

[2] ”Firaq Ashi’ah”; An-nubakhty 19-20

[3]  Zie de vele bewijzen  van Al-Kachchy over Abdullah ibn Saba ‘, nr 171,172,173.174 pag. 106-107

[4]  Dit boek is een antwoord op het boek van Mortada Al’skari die het bestaan ​​van ‘Abdullah ibn Saba   ontkend  genaamd: ” Abdellah ibn Saba wa Asatir Oegra”

[5] Neutralisme (in de Islam): geen standpunt hebben over een religieuseleer, Terugkeer: terugkeer van Ali r

[6] ” oesoel iqtiqad ahl assoenna waljama’h lilaalka-ie” 1 pag.22-23

[7] ”Bihaar Al anwaar” 65-97

[8] ” da-iratoe alma’arif” 4 pag 67

[9]

[10] Baqir ibn Mohammed Al-Astarabad bekend als Ad-Mir Damad, overleed 1041 H, zijn biografie vind je in het boek ” al-kunay wal al-qâb”  van Al’baas Alqomi

[11] Al-maqrizi ”khutat”. 2 p 351

[12] ”Al-milal wan-nihal” p.147

[13] ”Al-firaq bayn Al-firaq”  p.41

 

[14] ”Usul Al-Kafi”p.40

[15] ”Osol Al-Kafi lilkaylani fi kitqb at-tawhid”

 

[16] ”Mihaj as-sunna” ibn Taymiyyah I p.20

[17] ”A’tiqadat firaq al-muslimin wal –mushriqin” p. 97

[18] ” At-tawhid” Ibn BAbouyeh

[19] ”Kachf Al’ita” p 416

[20] Al-Bukhari , hadith n° 544 et Muslim n° 633

[21] De werken van Ahl  Assoennah en de consensus over de waarheid van de “visie” zoals het boek van de “visie” van al-Daaraqotni en Imam Al-lalakâï.

[22] “Fasl Algitab fi tahrif kitab rabi Alarbab”

[23] ”Osoel Alkafi” Al Kolayni v. 1 p. 228

[24] ”Osoel Alkafi” Al Kolayni v. 1 p. 285

[25] ”Osoel Alkafi” Al Kolayni v. 1 p. 634, Al-majlisy hun meester heeft dit bevestigd in zijn boek “Miraat Al’qool” v. 12 p. 525 daarin zegt hij: ” Deze hadieth is authentiek daarna zegt hij: De overlevering is authentiek en het is bekend dat de eerder aangegeven overlevering en vele anderen duidelijk zijn over de ware verwijderingen en manipulaties van de Koran. Naar mijn mening kunnen we deze overleveringen als multilateraal beschouwen.

 

[26] “Al-ihtijâj” p. 225 en ”Fasl al-khitâb” p. 7

[27] De Koran kent twee perioden van zijn openbaring, de eerste periode is voor de migratie van Mekka naar Medina en deze periode heet Mekkaanse periode (Makki) en de tweede periode na de migratie en die noemen we Medinaanse periode (Midani)

[28] ”Furu’ al-kafy” Kuleini, p. 115

[29] “Bihar Alanwaar” Almajlisi v. 29 p. 137 en 138  Hier moeten we erop wijzen dat Ali ibn Al-Hussein, en de familie van de profeet (sws) r verwerp en keuren al deze uitspraken van de sjiieten.

[30] “Tafsir  alqomi” v.I  p. 390

[31] ”Bihar Alanwar” Almajlisi  v. 30 p. 230

[32] ”Bihar Alanwar” Almajlisi  v. 30 p. 232

[33] “Miftaah Aljinane” v. 1 p. 337 cf. de idolen van Qoreich aan het eind van het volume.

[34] “Risalat Al’qa-id” Almajlisi p. 58

[35] Abou lulu was een zoroastronaam of een vuuraanbidder.

[36] “Tabdid addhulam wa tanbih anniyyam”  Ibrahim Al-jabhân – p. 27

 

[37]Traditie overgeleverd door Imam Ahmed ibn Hanbal in V. 4 p. 147 en v. 5 p. 417 en 422; Abu Daoud Hadith nummer 418, Ibn Majah Hadith nummer 689 in de aanvullingen. De keten van overdracht is goed.

 

[38] Een groep onder hen genoemd ”al-gharabiyya”  zeggen dat Gabriel een verrader is, want hij  leverde de openbaring aan Mohammed i.p v. Ali ibn Abi Talib. Daarom zeggen ze: ”De trouwe heeft bedrogen en gaf het aan de leeuw”. Zie beste broeder hoe ze Gabriel beschuldigen u van verrader terwijl Allah hem als volgt omschrijft { Met hem(de Koran) daalde de getrouwe Geest (Gabriel) neer)), { Die gehoorzaamd wordt en betrouwbaar is ) Na al deze, wat denk je beste moslim.van hun geloofsleer.

 

[39]  « Minhâj as-sunnah » Ibn Taymiyyah  1 p. 24

 

[40]” badhl almadjhud fi muschâbahat arrâfida bilyahud” Abdullah Al Jamaly 2 p. 559 en 568. Voor meer informatie over het feit dat “rawâfidhs” iedereen die niet tot hen behoord een afvallig is verwijs ik naar mijn boek “Ashi’a al-Ithna ‘achariya takfirihim wa li al-Muslimeen umum”

[41] “Osool Alkafi”  Alkuleini I p. 165

 

[42]  “Osool Alkafi”  Alkuleini I p. 258

[43] “Tahrir alwasila” Alkhomeini p. 52 en 94

[44] ”Misbah al-faqahah” Abdelhassen Al-Khuy  5 p. 33

 

[45]  “Minhâj as-sunnah” Sheikh al-islam ibn Taymiyyah I p. 482

 

[46] “Awa-il al-Maqalat” Al-Mufid p. 51

[47] “Alkhotot al’aridah” p. 80

[48] “Awa-il al-Maqalat” Al-Mufid p.95

[49] ”Haqo Aljaqin”  Almajlisi  p. 347

[50]  “Bihar  al-anwar” Almajlisy 25 p 376

[51]  ”Ashi’a fil mizân” p. 47

[52]  ”Foro’ Alkafi” p.188

[53]  ”Osool Alkafi” p.482 -483

 

[54] ”Was-il Ashi’a” Alhur Al’alami. 12 p. 136, 137

[55] “Kitab al-mazâr” van hun sheikh Al-Mufid p. 125

[56]  ” ‘ilal achra-i’ ” p. 490, 491en “Bihar alanwar” 5 p. 247, 248

 

[57] “Tafsir Al-burhane” Hashim Albahreini  2/ 300

[58] ”Arrawdato min Alkafi”  Alkuleini 8/285

[59] Ibn Taymiyyah zei: “De rafidah hebben de Tartaren bijgestaan tijdens hun invasie van de islamitische landen”(Alfatawa: 35, blz.151). Zie ook het boek van Dr Suleimane ibn Hamd Al’adah “De intrede van de Tartaren in de islamitische landen”. Zie ook beste broeder, hoe de sjiieten van Irak niet lang geleden akkoord hebben gesloten met de bezettingstroepen en hoe ze deelnamen aan de slachtpartij van de soennieten die plaats vond in Faloujah en op andere plaatsen.

[60]  ”Was-il Ashi’a” Alhur Al’amily 7-431 “Attahdib” (7/303)

[61] ”at-ta’liqat ‘ala matn lam’atula’tiqad”  van Abdallah Aljibrine p. 91

[62] “Minhadj Assadiqine” Fathallah Alkashani  2, 495

[63] ”Men la Jahdorho Alfaqih” Alqomi 330

[64] ‘Minhaj Assadiqin” van Ellah Fathallah Alkashani 2, p 492-493

[65] “Foro’ alkafi” 5, p454 van Alkoleini en ”Attahdib  2 p188

[66] mededeling van sheikh ibn Jibrin. Het bewijs uit de Soennah over het verbod van de mut’a, is de hadieth van Arrabi’ ibn Sabra dat zijn vader hem vertelde dat de profeet (sws) r zei:”O mensen! Ik had de mut’a getolereerd, maar Allah heeft het verboden tot de dag der Opstanding, en een ieder die nog een van hen bezit heeft, dient haar onmiddelijk te laten gaan, en neem niets van wat je hen hebt gegunt. (Moslim 1406).

[67]  ” Tahdib Alahkame ” Attossi 7/227

[68] ”Alistibsar” Attossi 3, p243

[69]   “Kitab albihar”  10/107

 

[70] ”Bihar Alanware” Almajlisi p. 85-98

[71] ”Minhaj Assalihin” Ali Assistany

[72] ”Masabih Aljinan” ‘Abbas Alkachany p360

[73] ”Almazar” Sheikh Almofid p 20

[74]  ”Almazar” Sheikh Almofid p 99

[75] Tijdelijk huwelijk zie hoodstuk de mut’a voor meer uitleg

[76] Moqaddimah Nidamoddine Mohammed Al’adhami li kitab”Achi’a en de mut’a”  p. 6

 

[77] Deze handelingen worden elk jaar gehouden, eigenaardig is dat de profeet (sws) r ons verbad, in een authentieke hadith overgeleverd door moslim (nr 103) de gezichten te slaan en de kledingen te scheuren, maar deze hadith wordt door de Rafida verworpen, vermits ze behoren tot de sekten die de meeste hebben gelogen over de profeet (sws) r.

 

[78] ”Alkafi bi sharh Almazandarani” 12-371, en ook “Kitâb al bihar”  25-113

[79]  ”Kitâb albihar” Almajlisi 3-385

 

[80]  “Alkafi” Alkuleini 1/67 ; “atahdib” 6/301 ; « Man la yahdorohu afiqîh » 3/5

 

[81] ”Alhokoma Alislamiyah” Alkhomeini

[82] “Kitab attaqiyyah fi fiqh Ahl al Beit, Taqrir li abhath samahat Ayatollah Alhaj Asheikh Moslim Aldawiri 2 / 153
.

[83] Pagina 39 de drie vormen van de deelname…

[84]  “Masalato Attaqrieb” Dr. Nassir Alqafazi 2-302

[85]  ”Osol madhab ashi’a alimamiyah  alitna’acharia” Dr. Nâsir Allqafiry 3/1250

 

[86] ”Minhaj assunnah” ibn Taymiyyah 1-59 en 60

[87] Een Arabisch gezegde die zoveel betekent als Iemand, één of andere slechte eigenschappen  toekennen,die jezelf over beschikt.

[88] ”Minhaj assunnah” ibn Taymiyyah 1-68

[89] “almsa-il warasa-il almarwiyyah ‘an Imam Ahmed”  van Abdellah ibn Suleimane Alahmadi 2/357

 

[90] “Assoennah” van Allgalal 3-493 Het is duidelijk dat Imam Ahme, de rafidah als  ongelovigen acht

[91] “Assoenna” van Algallal 3-499

 

[92] “Fasl fil milal wannihal” Fasl fil milal wan-nihal ibn Hazm 2-78

 

[93] “fatqwah al-lajnah addqimah lilifta” p. 264

 

[94] Fatwa sheikh ibn Jibrine

[95] Dit is een deel van de zogenaamde soerat “Wilayah” uit het boek ”Fasl Alchitab fi tahrif kitab rabi Alarbabe.” Het boek is herdrukt, zodat de lezer zelf kan zien hoe de rafidah Allah tegenspreken en Hij is Het die beloofde de Koran te beschermen van alle falsificatie’s.

 

[96] “Al-Kafy” Al-Kuleini 1/527 ; “Al-wafi” Al-feidh Al-Kachani. I  2/72 “Ikmalud-din” Ibn Babuyah Al-Qomi p. 301-303   “I’lam al-wara” Abou ‘Ali At-tabarsy p.152

 

[97] De rawafid beweren dat “Het bord van Fatima” door Jibril aan Fatima word geopenbaard na de dood van de profeet (sws), en dat Ali ibn Abi Talib zich verbergde toentertijd achter een sluier en schreef alles wat Jibril heeft geopenbaard (Dit verhaal werd gemeld door Al-Kuleini in zijn boek Alkafi 1-185,186), dit is een grote leugen en laster, want de openbaring is beëindigd met de dood van de profeet (sws). En boven dat alles beweren de sjiieten dat “Het bord van Fatima” dezelfde status heeft als de Koran bij Ahloe Assoena.

[98] Met afgoddienaars bedoelen ze: Abou Bakr en Omar

[99]  ”Mafatih Aljinane” ‘Abase Alqomi  p114

[100] ”Manhaj Assoenna Annabawijah” 3-360

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *